Gasuitwisseling
De gasuitwisseling
De longen van vogels bestaan inwendig uit een groot aantal buisvormige parabronchi, waar de gasuitwisseling plaatsvindt. De bloedstroom loopt daarbij tegengesteld aan de luchtstroom wat de uitwisseling bevordert. Vogels zijn in het bezit van voorste en achterste luchtzakken, waar de lucht via een tweedelige cyclus doorheen stroomt. De ademhaling gebeurt in twee cycli. Tijdens de eerste cyclus wordt de ingeademde lucht in de achterste luchtzakken gezogen en bij de uitademing verder geperst over de parabronchi in de longen. Tijdens de tweede cyclus wordt de lucht uit de parabronchi in de voorste luchtzakken gezogen en uitgeademd via de trachea. Er zijn sterke aanwijzingen dat deze eigenschap zich al bij de dinosauriërs (in het bijzonder de Avetheropoda) ontwikkeld heeft.
De gaswisseling vindt plaats in de longblaasjes. Het bloed stroomt hierbij door de longblaasjes en zuurstof uit de lucht wordt opgenomen door het hemoglobine in de rode bloedcellen. Het bloed kleurt dan donkerrood. De rode bloedcellen verspreiden zich vervolgens door het lichaam, en geven de zuurstof af op zuurstofarme plaatsen. Het hemoglobine neemt daar weer koolstofdioxide op, in de plaats van het zuurstof en brengt dit weer naar de longen. Daar wordt de koolstofdioxide vervolgens uitgeademd. Het bloed krijgt een lichtere kleur.